Nationale DNA-databanken
Binnen het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie worden drie DNA-gegevensbanken opgericht. De gegevensbanken “Criminalistiek” en “Veroordeelden” bevatten: - de DNA-profielen van sporen aangetroffen in het kader van strafzaken; - de DNA-profielen van referentiemonsters, die conform artikels 44quinquies § 8 en 90undecies § 7 van het Wetboek voor Strafvordering worden overgedragen; - de DNA-profielen van referentiemonsters waarvoor een positieve overeenkomst is aangetoond conform artikel 5quater § 2, tweede alinea, van de Wet van 7 november 2011; - de DNA-profielen van personen die bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing zijn veroordeeld tot een werkstraf, een gevangenisstraf of een zwaardere straf, dan wel het voorwerp hebben uitgemaakt van een detentiemaatregel, wegens het plegen van één van de in lid 3 van de Wet van 7 november bedoelde strafbare feiten. Een veroordeling wegens een poging tot het plegen van één van deze strafbare feiten geeft eveneens aanleiding tot registratie in de DNA-gegevensbank. Deze twee gegevensbanken hebben tot doel, personen die betrokken zijn bij het plegen van een strafbaar feit direct of indirect te kunnen identificeren, de verdenking tegen anderen weg te nemen of hun onschuld te bewijzen. Anderzijds bevat de gegevensbank “Vermiste personen”: - De DNA-profielen van sporen van vermiste personen of ongeïdentificeerde stoffelijke resten; - Mits schriftelijke toestemming, het DNA-profiel van een ascendant, descendant of verwante van een vermiste persoon. De exclusieve doelstelling van deze gegevensbank is direct of indirect onbekende overledenen te identificeren of het zoeken naar vermiste personen te vergemakkelijken.